top of page

Dr Pieterman

  • jurgenboone
  • 8 minuten geleden
  • 2 minuten om te lezen

Bissegem, 1 februari 2026 – 16u52 lokale tijd.


Een kleine menigte, een tiental mannen en één vrouw, verdrong zich rond een wezen dat roerloos op de middencirkel van het voetbalveld lag. Hun blikken kruisten elkaar: nieuwsgierig, vol medelijden, machteloos. Niemand kreeg een woord over de lippen; de verslagenheid hing als mist over de voetbalweide. Een forse man nam het woord, niemand trok zijn deskundigheid in twijfel. “Ik verwittig de hulpdiensten. Er moet iets gebeuren — en wel snel.” De menigte mompelde instemmend.


Niet veel later verscheen een rijzige man van middelbare leeftijd, keurig in het pak. De groep spleet als vanzelf uiteen om hem door te laten. Alsof hij Mozes himself was. De vrouw keek hem aan, slaakte een kreetje en viel prompt bewusteloos neer, niets aan de verbeelding overlatend.


“Heeft er al iemand iets gedaan?” vroeg de man.


De forse kerel antwoordde:

“Ik heb de hulpdiensten gebeld, ze zijn al onderweg. Maar… wie bent u eigenlijk?”


“Ik ben dokter Pieterman.”


Een zucht van opluchting en bewondering golfde door de groep. De vrouw kreunde zachtjes.


Opnieuw nam de forse man het woord.

“Ik heb met dit wezen gepraat, het aangemoedigd om de rug te rechten en op te staan. Het moed en vertrouwen gegeven. Niets hielp. Ik ben machteloos.” Een andere struisaard knikte instemmend: “En ik heb nog met mijn portefeuille gewapperd om voor wat extra zuurstof te zorgen. Zelfs dat mocht niet baten. Het moet dus wel heel erg zijn.”


Dokter Pieterman knielde neer en onderzocht het hoopje ellende aandachtig.

“De situatie is hopeloos, maar niet ernstig.” sprak hij plechtig. “Als de hulpdiensten maar snel genoeg hier zijn, tenminste. Het lichaam begint trouwens al te verkleuren. Kijk naar die paarse vlekken op een blanke huid. En die hoge koorts baart mij zorgen. Ik kan hier ter plaatse helaas niets meer doen.” Zijn hand verdween in zijn bontjas, op zoek naar zijn voorschriftenboekje. “Ik verwijs hem onmiddellijk door naar een collega. Geef dit voorschrift aan de hulpdiensten.”


Hij gaf het aan de forse man, die het luidop voorlas (wat wel niet strookt met de privacy wetgeving): “Afspraak in het AZ Wevelgem City, dinsdag eerstkomend om 19u, bij dr. Eddy Verbeeck, afdeling Reanimatie. Dringend.”


Toen dokter Pieterman zich omdraaide om te vertrekken, schoot de vrouw plots overeind.

“Hé doctoorje! Word ik niet onderzocht? Kijk maar, ik heb óók vlekken!”


De dokter keek haar aan, nauwelijks onder de indruk.

“Afspraak op SV Wevelgem City, zaterdagavond 07 februari om 19u voor de Ladies Night, afdeling Vermaak en Plezier. Kom aub op tijd.”


Hij verdween als sneeuw voor de zon.

bottom of page