De dagen voordien ...
- 2 minuten geleden
- 3 minuten om te lezen
“Wat doet een ploeg in aanloop naar de match tegen de competitieleider?”
Nog zo’n vraag waar uw Pieterman nachten van wakker ligt. Zwemmen we naar T1, Eddy Verbeeck, de man die het roer overnam van Pascal Mestdagh en sindsdien laveert tussen succes en ontgoocheling. De ploeg boekte onder zijn leiding enkele knappe zeges, tegen ploegen die de competitie aanvoeren dan nog. Maar even vaak moest hij machteloos toezien hoe zijn manschappen verdronken in de wedstrijden tegen de mindere goden. Machteloos of werk aan de winkel?
“Eddy, we spelen een rampzalige eerste helft tegen Heestert.”
Eddy knikt. Dan gaat het over organisatie: ruiten, omschakeling, zone of mandekking, hoge pressing of laag blok, diepgang en geduld. Voetbal is blijkbaar een wetenschap, zelfs in de lagere klassen. “Onze jonge spelers worden ongeduldig als het niet meteen lukt. Die ervaring missen ze nog. We trainen daarop, maar de intensiteit van een wedstrijd kan je nooit volledig nabootsen. Heestert wist dat. Een uitgekookte ploeg trouwens: snel starten, hevig duelleren en de tegenstander vastzetten. Bij ons ging het tactisch plan overboord, alle cohesie was dan ook meteen zoek. En met een beetje hulp van de referee kon Heestert profiteren. De rust kwam net op tijd om erger te voorkomen.”
“Verder dan ‘bijna’ zijn we niet gekomen in de tweede helft.”
“De tweede helft was veel beter, bij momenten zelfs erg goed. De verdiende gelijkmaker viel, maar een voorsprong zat er nooit echt in. Dan merk je dat een paar spelers nog achter hun topvorm aanhollen.” Eddy zucht en praat nu stilletjes met zijn hand voor zijn mond, je ziet dit vaker. “En ja, de referee bepaalt mee de uitslag: onze afgekeurde gelijkmaker, een tweede tegendoelpunt na dom balverlies, en een Heesterse verdediger die eigenlijk wél wat vroeger onder de douche had mogen staan. Het moet ook een beetje meezitten hé.”
“Ik zie veel kort genomen hoekschoppen. Bah, daar ben ik geen fan van. We scoren één keer op hoekschop: een lange bal nota bene.”
Eddy gaat fel tekeer in de omschakeling: “Als dit plannetje van mij zorgvuldig wordt uitgevoerd, scoren we regelmatig. We trainen daar veel op. Het is een verrassingselement dat op termijn zal renderen.”
“Ik heb een cadeautje mee, je mag kiezen: een overwinning tegen Zwevegem of de volle pot tegen Roeselare?”
Eddy loert naar mijn rugzak. “Roeselare. Een thuiswedstrijd tegen een rechtstreekse concurrent, dat zou deugd doen. En dat op de dag van de sponsorhappening.”
“Zaterdagavond tegen Zwevegem. Maken we een kans?”
“Absoluut. Maar laat ons eerlijk zijn: dit is een volwassen ploeg, met sterkhouders die bakken ervaring en klasse hebben. Ze hebben één eigenschap die wij nog missen: ze kunnen uit het niets scoren. En dan gaan de boeken toe. Wij scoren alleen als we goed spelen.”
Eddy fluistert, niemand mag het horen: “Het wordt vooral een kwestie van niet op achterstand te komen, da’s het plan. We krijgen gegarandeerd enkele kansen, aan ons om ze te benutten.”
“Er is dit seizoen veel te doen geweest over de talrijke gekwetsten. Hoe staan we er nu voor?”
“Ik werk goed samen met de medische staf. We hebben opnieuw keuze uit verscheidene spelers, wat een tijdje niet zo was. De plaatsjes zullen duurder worden en dat beetje concurrentie hebben we nodig om beter te worden. Of iedereen topfit is? Fit genoeg in ieder geval om er tweehonderd procent voor te gaan.”
“Moeten we ons zorgen maken over het behoud?”
“Ik ben niet naar Wevelgem gekomen om te degraderen. We hebben nog een moeilijk programma, vooral tegen ploegen die evenzeer in puntennood verkeren. Zo snel mogelijk zes extra punten behalen zou de druk wegnemen. Te beginnen met zaterdagavond.”
Bij deze is Zwevegem gewaarschuwd.
Zeg dat Pieterman het gezegd heeft en houd dit voor jezelf.


